De schouder is de plaats waar de arm scharniert met de romp. Aan de zijde van de arm bestaat het gewricht uit een rond beenderig oppervlak (humeruskop). Aan de zijde van de romp vormt het schouderblad een kleine ovale holte (glenoïd). De humeruskop past in het glenoïd en vormt het schoudergewricht. Bij een gezonde schouder glijdt de humeruskop soepel in het glenoïd omdat het uiteinde van beide botten bedekt zijn door een gladde gepolierde stof (kraakbeen) en gesmeerd worden door de gewrichtshuid (synovium).

De spieren en vooral de pezen rondom humeruskop en glenoïd verzorgen de stabiliteit en de beweeglijkheid van het gewricht:

  1. De deltoïdspier bedekt de oppervlakte van de basis van de schouder tot aan de top.
  2. De rotator cuff spieren vertrekken van het schouderblad, liggen onder de deltoïdspier en trekken de bal in het kommetje ter bevordering van de schouderstabiliteit.

De schouder is een complex gewricht en het meest beweeglijke van het lichaam. Deze complexe anatomie en grote beweeglijkheid geven aanleiding tot specifieke problemen.