• De plastest (uroflowmetrie) meet jouw straalkracht. Je plast hiervoor in een speciaal toilet met een debietmeter. Deze is verbonden met een computer die jouw plascurve grafisch weergeeft.
  • Voor een betrouwbaar resultaat, plas je minstens 150 ml. Drink thuis dus al extra, zeker voor een test ’s morgens vroeg of als het erg warm is. Je bent dan immers uitgedroogd en de nieren hebben tijd nodig om terug urine af te scheiden.
  • Als je moeilijk je plas kan ophouden, drink dan extra hier in de wachtzaal. Zo voorkom je ongewenst urineverlies op weg naar het ziekenhuis. Het is niet de bedoeling om de plas zolang mogelijk op te houden. Een overvolle blaas trekt minder goed samen en vermindert je straalkracht. Dat en ook als je te snel plast, geef je een foutief testresultaat.
  • Zit je in de wachtzaal en krijg je gezonde plasdrang? Meld dan bij de consultatieverpleging dat je met een goed gevulde blaas moest komen voor een plastest. De verpleging zal je voorlaten om de plastest te doen. Nadien neem je terug plaats in de wachtzaal tot ze je komen halen.