• Met een plaskalender (frequentie-volume schema, mictiedagboek) gaan we na hoe vaak je plast en hoeveel per keer.
  • De uroloog bespreekt de resultaten tijdens een consultatie.
  • Houd bij het invullen van je plaskalender rekening met:
    • 3 representatieve dagen waarop je niet teveel buitenshuis bent. Je kan deze dagen zelf kiezen en dit hoeven geen 3 opeenvolgende dagen te zijn.
    • Drink voor deze test je normale hoeveelheid (niet extra veel of extra weinig).
    • Je hoeft niet te noteren wat je drinkt en doet.
    • Plas niet meer of minder dan gewoonlijk.
    • Noteer bij elke plasbeurt in de voorziene kolommen: hoe laat het is en hoeveel je hebt geplast. Om te weten hoeveel je hebt geplast, gebruik je een maatbeker.