Het onderbeen bestaat uit 2 botten: het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula). Het scheenbeen loopt samen met het kuitbeen van de knie tot aan de enkel.

De bovenkant van het scheenbeen noemen we het tibiaplateau en is het dragend vlak van het kniegewricht. De onderkant van het scheenbeen en kuitbeen vormen samen het bovenste gedeelte van het enkelgewricht.

Behandeling

  • Gipsspalk: als er geen belangrijke verplaatsing van de botstukken is
  • Terugplaatsing: als de botstukken te veel zijn verplaatst, zetten we het bot terug
  • Operatie: als de juiste stand niet wordt bereikt door terugplaatsing. De breuk kunnen we stabiliseren door een plaat en schroeven of met een mergnagel. Het kan voorkomen dat zowel je scheenbeen als kuitbeen gebroken is. Meestal volstaat het dan om alleen het scheenbeen te fixeren omdat dit bot het meeste gewicht draagt.
  • Externe fixator: bij open fracturen of zeer gecompliceerde fracturen. De chirurg boort pinnen in het bot door de huid. Uitwendig worden de pinnen stevig met elkaar verbonden door een frame.

Nazorg

  • Leg je onderbeen op een kussen om pijn en zwelling te verminderen.
  • Bij gebruik van plaat en schroeven mag je minimum 6 weken niet steunen op je been. Gebruik een loopkader of elleboogkrukken en voor lange afstanden een rolstoel. Bij een mergnagel mag je wel steunen op je been.
  • De wonde die onder het gips zit, moet niet worden verzorgd. Dit doen we als je terugkomt voor een gipswissel na 1 week. Als je geen gips hebt, mag je de wonde verzorgen als het verband vuil is.
  • De gipskamer of huisarts verwijderen de hechtingen na 14 dagen.

Lees meer in de brochure.