Het kraakbeen is een bedekkende laag over het bot in het gewricht. Deze laag zorgt ervoor dat de 2 delen van het gewricht probleemloos over elkaar kunnen glijden.

Klachten

  • Hinder bij dagelijkse activiteiten en sport
  • Pijn en blockage van de knie: het losgekomen stukje kraakbeen kan geklemd raken waardoor je je knie niet meer kan plooien of strekken
  • Regelmatige zwelling van de knie

Oorzaken

  • Artrose: algemene slijtage van kraakbeen in een gewricht. Door overmatige slijtage of een gewrichtsaandoening is een groot deel van het kraakbeenoppervlak verdund of afgesleten.
  • Lokaal kraakbeenletsel: op een bepaalde plaats is een stuk kraakbeen beschadigd, maar het overige kraakbeen in het gewricht is intact. Er zijn verschillende oorzaken van kraakbeenletsels.
    • Osteochondritis dissecans: het onderliggende bot valt tijdelijk zonder bloed, waardoor dit bot en het bovenliggende kraakbeen afsterven. Komt voornamelijk voor bij kinderen en jongeren.
    • Ongeval: door lokale verhoogde druk op het kraakbeen treedt een barst/breuk van het kraakbeen of een kraakbeenloslating op. Komt voornamelijk voor bij jong volwassenen en sporters van middelbare leeftijd.

Onderzoek

Naast de klachten zijn vooral de resultaten van een kniescan van belang om ligging en ernst van het kraakbeenletsel aan te tonen.

  • Arthro-CT: CT-scan met inspuiting van contrastvloeistaf in de knie
  • Arthro-MRI: MRI-scan met inspuiting van contrastvloeistof in de knie

Behandeling

Kraakbeenslijtage en kraakbeenletsels worden anders behandeld omdat het totaal verschillende aandoeningen zijn.

Bij de behandeling van een kraakbeenletsel proberen we kraakbeen terug te laten groeien op de plaats van de beschadiging. Dit is niet mogelijk bij artrose. Kraakbeencellen hebben de slechte eigenschap zichzelf niet te kunnen delen. Eens kraakbeen verloren is, komt er geen nieuw kraakbeen in de plaats maar wel een soort litteken-kraakbeen.

Als er andere afwijkingen van de knie zijn, zoals asafwijkingen (X-benen, O-benen), ligamentaire letsels (kruisbanden) of meniscus letsels, moeten we deze eerst behandelen alvorens we met het kraakbeenletsel kunnen starten. Afhankelijk van de graad van aantasting en de hinder die je van het letsel ondervindt, zijn er verschillende behandelingsmogelijkheden. Meestal doen we een kijkoperatie van de knie om het letsel te evalueren en behandelen.

  • Shaving: het verwijderen van losse stukken kraakbeen in de vorm van gewrichtsmuizen of flappen
  • Open operatie of kijkoperatie (arthroscopie) met chirurgische technieken: bij een kraakbeenletsel over de volledige dikte van het kraakbeen. Toepasbaar tot een leeftijd van ongeveer 50 jaar. Nadien verwachten we weinig resultaat door de lage genezingscapaciteit van kraakbeen.
  • Microfractuur: bij kleine defecten doorboren we het onderliggende bot zodat het lichaam een nieuwe laag pseudokraakbeen kan aanmaken. Dit is vooral aangewezen bij kleine defecten van de volledige dikte van het kraakbeen.
  • Mozaïekplastie: we transporteren stukjes kraakbeen en het onderliggend bot van een plaats in de knie waar je deze kan missen naar de plaats van het kraakbeenletsel. Het lichaam moet geen nieuw kraakbeen aanmaken.

Nazorg

Bij alle behandelingen van kraakbeenletsels ter hoogte van de knie moet je na de operatie krukken gebruiken. Na een microfractuur of mozaïekplastie mag je na 6 tot 8 weken volledig op het been steunen. Je mag ook relatief snel weinig belastende sporten zoals fietsen en zwemmen hervatten. Afhankelijk van de grootte van het kraakbeenletsel, bijkomende problemen ter hoogte van de knie en je leeftijd varieert het te verwachten resultaat.

Complicaties

Complicaties zijn zeldzaam na een kijkoperatie van de knie.

  • Dezelfde complicaties als voor andere kijkoperaties (arthroscopie)
  • Besmetting van het kniegewricht of een wondprobleem
  • Uitzonderlijk ontstaat er een bloedklonter in het onderbeen